|
Aangezien ketenaansprakelijkheid, risico-aansprakelijkheid betreft, zijn de mogelijkheden tot weerlegging of beperking van de ketenaansprakelijkheid uiterst beperkt.
Hierna zal de heer Koch enkele belangrijke begrippen de revue passeren om daarna de mogelijkheden tot beperken van het aansprakelijkheidsrisico nader te belichten.
Aannemers en eigenbouwers
De awareness van de ketenaansprakelijkheid is vaak een eerste vereiste om maatregelen te kunnen nemen. Ondernemers realiseren zich niet dat ze te maken hebben met een potentieel risico op het gebied van ketenaansprakelijkheid en komen aan het nemen van voorkomingsmaatregelen om die reden helemaal niet toe. In de praktijk komt dit doordat veel ondernemers denken dat het uitsluitend ziet op bouwondernemingen. Echter, definities waarop de ketenaansprakelijkheid van toepassing zijn, zijn veel ruimer. Het namelijk om de begrippen “werk van stoffelijke aard” en “eigenbouwer”. Deze begrippen zullen worden belicht zodat uw awareness voor het aansprakelijkheids risico kan worden vergroot. De Wet ketenaansprakelijk is overigens geen wetboek, maar een verzameling van wetsartikelen die gevonden kunnen worden in Coördinatiewet Sociale Verzekeringen en in de Invorderingswet.
Werk van stoffelijke aard
Kort gezegd bieden de bepalingen van de ketenaansprakelijkheid de fiscus en uitvoeringsinstellingen de mogelijkheid om aannemers in de zin van de ketenaansprakelijkheid, aansprakelijk te stellen voor de loonbelasting en sociale premies, welke ten onrechte niet zijn afgedragen door door hen ingeschakelde onderaannemers. Het begrip aannemer wordt verwoord als “degene die zich jegens een opdrachtgever verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard uit te voeren tegen een te betalen prijs”. Zonder op de overige elementen van de definitie in te gaan, is wel duidelijk dat er een werk van stoffelijke aard dient te worden uitgevoerd. Dit is dan ook de reden dat zeer velen onder ons de foute veronderstelling hebben dat de ketenaansprakelijkheid alleen een rol speelt in de bouw- en kledingsector. Daar worden immers werkzaamheden uitgevoerd welke leiden tot een fysiek product.Niets is echter minder waar. Het begrip stoffelijke aard, is door de wetgever beoogd ruim te worden uitgelegd. Dit om zo veel mogelijk sectoren van het economisch leven binnen de werkingssfeer van de ketenaansprakelijkheid te laten vallen. Als zodanig staat het begrip tegenover het begrip “van intellectuele aard”. Dat werken al snel van stoffelijke aard blijken te zijn is in het verleden wel duidelijk geworden. Zelfs het tellen en meten van scheepsladingen blijkt, evenals het vangen van kippen, werk van stoffelijke aard te zijn.Het is dus duidelijk niet meer zo dat er bij een werk van stoffelijke aard sprake moet zijn van werk resulterend in een fysiek product. Eigenlijk kan men op basis van de jurisprudentie stellen dat slechts werken waarbij intellectuele arbeid overheersend is (auteurs, architecten, schrijvers etc.) geacht worden niet van stoffelijke aard te zijn. Om deze reden is er dus in veel meer gevallen sprake van aanneming van werk dan men op het eerste gezicht zou verwachten.
Eigenbouwer
De eerder genoemde definitie van aannemer lezend, zou men concluderen dat er bij afwezigheid van een opdrachtgever geen sprake kan zijn van een risico met betrekking tot de ketenaansprakelijkheid. Dit een miscalculatie; de wetgever heeft middels gelijkstelling van het begrip eigenbouwer met aannemer een groep van opdrachtgevers onder de werking van de ketenaansprakelijkheid gebracht. Eigenbouwer is “degene die zonder daartoe opdracht te hebben gekregen buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard uitvoert in de normale uitoefening van zijn bedrijf”.
Ook hier komt de term stoffelijke aard dus weer terug. Uiteraard is ook hier de bovenstaande invulling van het begrip relevant. Daarnaast vormen de begrippen “normale bedrijfsuitoefening” en “uitvoeren” de doorslaggevende elementen binnen het begrip eigenbouwer. Het is op basis van jurisprudentie zelfs mogelijk als “uitvoerder” van een werk te worden beschouwd indien men niet zelf de algehele leiding heeft maar ook de leiding bij een bepaald werk heeft uitbesteed, bijvoorbeeld aan een ingenieursbureau. De “ingehuurde” kennis wordt als het ware aan de opdrachtgever toegerekend. Deze kennis maakt dat de opdrachtgever de algehele leiding heeft, derhalve als uitvoerder wordt beschouwd, en, mits aan de overige voorwaarden voldaan is, als eigenbouwer wordt aangemerkt. Het is dus volgens hem mogelijk dat werkzaamheden worden uitbesteed, dat bovendien het toezicht op deze werkzaamheden wordt uitbesteed en dat er uiteindelijk toch wordt geconcludeerd dat de werkzaamheden zelf zijn uitgevoerd. Het is ook eigenlijk niet verwonderlijk dat de ketenaansprakelijkheid als een te complexe materie gezien wordt.
Conclusie
De ketenaansprakelijkheid werd in 1982 ingevoerd om de met name in de bouw moeilijk bedwingbare loonkostenfraude aan te pakken. Als we dit doel afzetten tegen de jurisprudentie van de afgelopen jaren, lijkt de ketenaansprakelijkheid toch wel een stuk over zijn doel heengeschoten. Mede door de zeer ruime invulling van de begrippen stoffelijke aard en eigenbouwer vallen steeds meer bedrijven en gedragingen binnen de werkingssfeer van de ketenaansprakelijkheid. Niet langer zijn het alleen de bouwsector en de kledingsector waar het aansprakelijkheidsspook rondwaart. Ook in andere branches waarin arbeid regelmatig wordt uitbesteed worden steeds vaker bedrijven geconfronteerd met aansprakelijkheid.Mede omdat deze aansprakelijkheid vaak tot dubbele betalingen kan leiden (immers, vaak is er voor het uitbestede werk al flink betaald aan de aannemer) en de aansprakelijkheid aanzienlijke bedragen kan betreffen is het bij het uitbesteden van werk zeer raadzaam om althans enige aandacht aan de ketenaansprakelijkheid te besteden. Alleen dan kan men profiteren van de mogelijkheden die de wetgever heeft willen bieden.
Dit artikel is geschreven mbv drs. Pepijn Koch MRE, werkzaam bij NBC Van Roemburg & Partners Belastingadviseurs te Volendam. Bij vragen zijn de auteurs te bereiken onder telefoonnummer 0299 – 657060. 8 december 2005
Meer artikelen van drs Koch:
|